Omzet, kosten & resultaat

Zijn de kosten hoger, dan is de winst lager

 

De kosten zijn belangrijk als je je winst (= resultaat) uit onderneming gaat bepalen.

Je winst is namelijk: de omzet/opbrengsten minus de kosten van je onderneming.

Alleen de kosten die je maakt voor de zakelijke belangen van je onderneming, zijn

aftrekbaar: de zakelijke kosten. Zakelijke kosten zijn dus de kosten die binnen

redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van je onderneming en de kosten

die rechtstreeks op je onderneming betrekking hebben.

Alle andere kosten zijn niet aftrekbaar.

 

Zakelijke kosten waarmee je te maken kunt krijgen, zijn:

  • Adviezen over de levensvatbaarheid van de onderneming
  • Huur van bedrijfsruimte (mits niet prive)
  • Briefpapier en ander correspondentiemateriaal
  • Reclame & publiciteits kosten
  • Inrichten van een kantoor of werkplaats (m.u.v. ruimte in de eigen woning)
  • Onderhoudskosten
  • Verzekeringen

Zakelijke kosten kun je helemaal aftrekken van je opbrengsten.

 

Alle kosten die betrekking hebben op 1 jaar, trek je volledig af in het jaar waarin je ze

hebt gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • Lonen en andere personeelskosten
  • Kosten van huur, verlichting en dergelijke (mits geen prive pand)
  • Kosten van grondstoffen, goederen en diensten die je inkoopt voor het maken van omzet door de onderneming in dat jaar
  • Kosten die te maken hebben met het jaarlijkse onderhoud van bedrijfsmiddelen
  • Kosten van zaken met een geringe waarde – als vuistregel kun je aanhouden dat dit zaken zijn met een kostprijs lager dan € 450,-

 

Er zijn twee redenen waarom je sommige kosten niet in 1 keer mag aftrekken. In de

eerste plaats kunnen de kosten te maken hebben met de aanschaf van

bedrijfsmiddelen. Dat zijn je investeringen. Deze kosten kun je pas aftrekken

naarmate de investeringen in waarde verminderen: het zogenoemde afschrijven. In

de tweede plaats mag je vooruitbetaalde kosten, dat wil zeggen kosten die

betrekking hebben op meerdere jaren, pas aftrekken in de jaren waarin je

onderneming nut heeft van die kosten. De aanschafkosten van zaken die je een

aantal jaren in je onderneming gebruikt, moet je gespreid over die jaren van de

opbrengsten van je onderneming aftrekken. Op de meeste bedrijfsmiddelen

schrijf je af.

 

Voorbeelden van investeringen zijn:

  • Gebouwen, machines, auto’s, inventaris en andere duurzame zaken die je voor de bedrijfsvoering gebruikt (de zogenoemde materiele bedrijfsmiddelen).

 

Voorbeelden van vooruitbetaalde kosten zijn:

  • Huur, verzekeringspremie en rente of een reclamecampagne voor 3 jaar die je in 1 keer hebt betaald.

 

Sommige kosten hebben zowel een zakelijk als een persoonlijk karakter: van deze

‘gemengde’ kosten is alleen het zakelijke deel aftrekbaar.

 

Voorbeelden van gemengde kosten die voor het zakelijke deel aftrekbaar zijn:

  • Huur- en onderhoudskosten van een pand dat is verdeeld in een zakelijk en prive gedeelte.
  • Telefoon- & internetkosten
  • Een auto van de zaak (onder strikte voorwaarden)

 

Voorbeelden van gemengde kosten die niet aftrekbaar zijn

  • Het behalen van een diploma waarvan je buiten de onderneming in belangrijke mate profiteert (rijbewijs).
  • Kosten die verband houden met je gezondheid

 

Voor je eigen administratie en voor de belastingdienst moet je dus onderscheid

maken tussen de verschillende soorten kosten. In de eerste plaats zijn niet alle

kosten zonder meer aftrekbaar. En in de tweede plaats is er een onderscheid tussen

kosten die in hun geheel in 1 jaar aftrekbaar zijn en kosten die over meerdere jaren

gespreid aftrekbaar zijn.

 

De belastingdienst let bij de beoordeling van de vraag of kosten aftrekbaar zijn op

het motief waarmee je de kosten hebt gemaakt. Als duidelijk is dat je de kosten

volledig hebt gemaakt voor de zakelijke belangen van je onderneming, accepteert

de belastingdienst de kosten als aftrekpost. Je bent als ondernemer vrij om te

bepalen welke kosten je voor de onderneming maakt en hoeveel. De belastingdienst

zal zich daar gewoonlijk niet mee bemoeien. Alleen als je kosten vergeleken met de

zakelijke belangen erg hoog zijn kan de belastingdienst ingrijpen. De belastingdienst

mag dan toetsen of er tussen die twee nog wel een redelijke verhouding is.